
Januari 2026
Duurzame inzetbaarheid begint bij de mens. Wie relevant blijft voor zichzelf, blijft dat ook voor de organisatie. Dat vraagt om persoonlijk leiderschap en regie op ontwikkeling. Toch blijkt dat niet vanzelfsprekend.
Uit de DIX-benchmark 2022–2025 blijkt dat slechts 29% van de Nederlandse werkenden positief scoort op persoonlijk leiderschap, terwijl 69% inzetbaarheid wel belangrijk vindt. Met andere woorden: het besef is aanwezig, maar het gedrag blijft achter. Tegelijkertijd scoort 74% hoog op kennis en vaardigheden. Maar kennis alleen is onvoldoende. Zonder veerkracht, mentale fitheid en eigen regie blijft duurzame inzetbaarheid kwetsbaar.
Mentale vermoeidheid als alarmsignaal
De cijfers over mentale belastbaarheid zijn zorgwekkend:
31% voelt zich uitgeput door werk
Slechts 36% scoort positief op veerkracht
Dat betekent dat een groot deel van de werkenden beperkte herstelcapaciteit ervaart en moeite heeft met tegenslag. In een arbeidsmarkt die voortdurend aan verandering onderhevig is, vormt dat een serieus risico.
Veerkrachtige medewerkers kunnen over het algemeen beter omgaan met druk, staan open voor verandering en herstellen sneller van stress. Maar veerkracht is geen onuitputtelijke bron. Onderzoek van onder andere neuropyscholoog Portzky (2015) laat zien dat mentale veerkracht genetisch bepaald is en deels ontwikkelbaar, zij het binnen grenzen. De omgeving heeft een sterke invloed, waardoor de werkcontext een belangrijke rol speelt.
Het is te kort door de bocht om te zeggen dat “medewerkers gewoon sterker moeten worden.” In mijn eigen onderzoek naar mentale veerkracht en de relatie tussen werkdruk en herstelbehoefte zag ik hoe sterk contextfactoren doorwerken in het welbevinden van medewerkers. In mijn blog over roze verzuim ga ik hier uitgebreider op in.
Ervaren (werk)druk is niet het probleem, disbalans wel
Taakeisen horen bij werk en kosten energie. Een zekere mate van (werk)druk is zelfs gezond; het stimuleert groei, prestaties en ontwikkeling. Het probleem ontstaat wanneer taakeisen structureel groter zijn dan de beschikbare energiebronnen oftewel de buffers die herstel mogelijk maken. Je kunt het vergelijken met een batterij. Inspanning kost energie, maar zonder voldoende oplaadmomenten raakt de batterij leeg. Wanneer die balans structureel verstoord is, ontstaan:
stressreacties
verminderde inzetbaarheid
verhoogd risico op burn-out bij langdurige overbelasting
Energiebronnen functioneren als beschermende factoren. Denk aan:
autonomie in het organiseren van werk
waardering en erkenning
sociale steun
ontwikkelmogelijkheden
een positieve werksfeer
Wanneer deze ontbreken, ontstaat disbalans. En wie structureel uitgeput is, kan moeilijk eigen regie nemen. Regie vraagt energie.
Eigen regie is geen individuele verplichting
Eigen regie wordt vaak gepresenteerd als iets wat “de medewerker zelf moet oppakken”. Persoonlijk vind ik dat te eenvoudig gedacht. Uit de DIX-benchmark blijkt dat veel medewerkers wel willen werken aan hun inzetbaarheid, maar niet goed weten hoe. Prof. dr. Annet de Lange, hoogleraar duurzame inzetbaarheid, benoemt terecht het gat tussen intentie en daadwerkelijk gedrag. Eigen regie is een gedeelde verantwoordelijkheid. Wat vraagt dit van organisaties?
Versterk eigen regie op ontwikkeling en inzetbaarheid
Investeer gericht in energiebronnen en herstelmogelijkheden
Besteed structureel aandacht aan mentale gezondheid, fysieke belasting en werk-privébalans
Werk met een doelgroepgerichte en sectorale aanpak, met ruimte voor maatwerk
Relatief kleine, structurele interventies kunnen al verschil maken: laagdrempelige ontwikkelmogelijkheden, ondersteuning door leidinggevenden en medewerkers actief betrekken bij verandering en innovatie.
Vanuit mijn praktijkervaring zie ik dat eigen regie zelden stukloopt op gebrek aan motivatie. Het loopt vast op veiligheid en op angst voor het onbekende. In beweging komen is spannend en vraagt lef. Mensen vallen snel terug op het vertrouwde. De comfortzone voelt veilig en vraagt weinig energie. Dat is menselijk.
We zitten bovendien vaak vast aan de “gouden ketting” zoals zekerheid, inkomen en status. Terwijl we diep vanbinnen al langer voelen dat het niet meer klopt. Toch blijven we, omdat verandering onzekerheid betekent.
Eigen regie vraagt daarom niet alleen om vaardigheden, maar ook om psychologische veiligheid, energie en ondersteuning. Duurzame inzetbaarheid begint bij de medewerker. Maar zonder een context die regie mogelijk maakt, blijft beweging uit. Organisaties kunnen hierin hun rol pakken door het creëren van ruimte door vertrouwen te geven, autonomie te stimuleren en ontwikkeling actief te faciliteren.
Soms is een kruiwagen nodig. Iemand die helpt reflecteren, waar nodig confronteert en het eerste duwtje geeft. Wanneer medewerkers daadwerkelijk regie nemen over hun inzetbaarheid, zie je het effect terug in meer werkplezier, meer energie en meer wendbaarheid op de arbeidsmarkt. Organisaties die daarin bewust sturen, zien niet alleen vitalere medewerkers, maar ook hogere betrokkenheid, betere prestaties en meer toekomstbestendigheid.
Met mijn expertise in duurzame inzetbaarheid help ik organisaties met onderzoek en data-analyse om inzicht te krijgen in wat er speelt op de werkvloer. Op basis daarvan kunnen gerichte interventies worden ingezet, zodat organisaties weten aan welke knoppen ze kunnen draaien om te sturen op vitale, duurzaam inzetbare medewerkers. Daarnaast help ik organisaties om eigen regie te stimuleren, zodat medewerkers niet alleen gezond blijven, maar ook actief blijven investeren in hun ontwikkeling en toekomst.
Wil je hierover eens vrijblijvend sparren? Plan een kennismaking in.
Bronnen